Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019

Onder 3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019, ECLI:NL:CBB:2019:190.

Appellante stelt dat de constateringen van de toezichthouders ten aanzien van de naleving van maatregel 2, zoals in het toezichtrapport opgenomen onvolledig, respectievelijk onjuist zijn. Daartoe voert appellante aan dat in het toezichtrapport ten onrechte niet is opgenomen dat appellante heeft verklaard dat zij in de ochtend van de dag van de controle de rolluiken omhoog heeft gedaan en dat alle honden toen even buiten zijn geweest. Het toezichtrapport vermeldt verder ten onrechte dat alle ramen en rolluiken dicht waren. De rolluiken stonden ten tijde van de controle “op gaatjes” en de ramen stonden op de kiepstand, zodat frisse lucht kon binnenkomen. Met de waarneming van de toezichthouders dat in de woning sprake was van een “onfrisse” lucht, een subjectief oordeel aan de verbeurte van de dwangsom ten grondslag is gelegd. Ondersteunend bewijs ontbreekt. Nu als onweersproken vaststaat dat de ramen en rolluiken in de serre/tuinkamer niet gesloten waren ontbreekt de vereiste mate van zekerheid die noodzakelijk is om vast te stellen dat niet zou zijn voldaan aan maatregel 2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3241cd85caa6df01eef60a05c92d9862ac232005a2c7a445a1b3e32e15838329. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3241cd85caa6df01eef60a05c92d9862ac232005a2c7a445a1b3e32e15838329, en de alinea staat in dat document op bytes 14205 tot 15317.