Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019
Onder 4.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019, ECLI:NL:CBB:2019:190.
Appellante stelt dat verweerder ten onrechte heeft vastgesteld dat niet aan maatregel 3 van de last is voldaan. Zij voert daartoe aan dat zij inmiddels beschikt over (tien) hondenverblijven die voldoen aan de voorgeschreven afmetingen (schofthoogte vanaf 0,3 meter tot 0,5 m en een vloeroppervlakte van ten minste 2,4 m2). Het betoog faalt. Volgens het toezichtrapport heeft de toezichthouder op 1 november 2017 vastgesteld dat appellante op dat moment 20 honden had gehuisvest in een draadkooi. Een hond liep los. De toezichthouder heeft ook vastgesteld dat het gelijksoortige honden betrof en gelijksoortige draadkooien, zoals aangetroffen op 4 september 2017 en onder gelijke omstandigheden. Appellante heeft deze feiten niet betwist. De op 4 september 2017 door appellante gebruikte draadkooien hadden een afmeting van respectievelijk 70 cm, bij 70 cm, bij 105 cm, met een vloeroppervlakte van 0,75 cm2, en 60 cm, bij 70 cm, bij 90 cm, met een vloeroppervlakte van 0,63 cm2. Appellante heeft niet betwist dat de honden ten tijde van de hercontrole 11 uur in de draadkooien opgesloten zaten. Het College is van oordeel dat vorenstaande feiten een voldoende grondslag bieden voor de conclusie dat appellante geen uitvoering heeft gegeven aan maatregel 3. De honden beschikten niet over een toereikende huisvesting, met een vloeroppervlakte van tenminste 2,4 m2. Het feit dat appellante buiten beschikte over een tien geschikte hondenverblijven kan niet tot een ander oordeel leiden, reeds omdat deze verblijven nog niet gereed voor gebruik waren. Voor zover appellante maatregel 3 aldus heeft begrepen dat deze niet zag op huisvesting van honden in draadkooien komt dat voor haar rekening in risico. Maatregel 3 is duidelijk; appellante dient haar honden te huisvesten in een verblijf met een vloeroppervlakte van tenminste 2,4 m2. Het is evident dat de door appellante gebruikte draadkooien daaraan niet voldoen. Indien het betoog van appellante aldus dient te worden verstaan dat zij stelt dat zij de honden slechts incidenteel en gedurende korte tijd in de draadkooien huisvest, heeft appellante die stellingname niet met concrete feiten onderbouwd. Dat mag wel van haar worden verwacht nu uit de verklaringen van appellante zelf en de waarnemingen van de toezichthouders, zoals vastgelegd in het toezichtrapport, evident het tegendeel volgt. De beroepsgrond faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3241cd85caa6df01eef60a05c92d9862ac232005a2c7a445a1b3e32e15838329. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3241cd85caa6df01eef60a05c92d9862ac232005a2c7a445a1b3e32e15838329, en de alinea staat in dat document op bytes 26599 tot 28987.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3241cd85caa6df01eef60a05c92d9862ac232005a2c7a445a1b3e32e15838329 | shasum -a 256