Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 mei 2019

Onder 2.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 mei 2019

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 mei 2019, ECLI:NL:CBB:2019:218.

3. Op 28 november 2017 heeft het gerechtshof Den Haag arrest (het arrest) gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 2 februari 2016 in de strafzaak tegen appellante. Appellante is ten laste gelegd dat zij - kort gezegd - in of omstreeks de periode van 17 februari 2015 tot en met 14 april 2015 als houdster van meerdere dieren deze dieren de nodige verzorging heeft onthouden. Ten aanzien van een tweetal onderdelen van het ten laste gelegde heeft het hof geoordeeld dat de dagvaarding niet voldoet aan de eisen die artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering daaraan stelt en heeft het hof de dagvaarding in eerste aanleg in zoverre nietig verklaard. Voor het overige heeft het gerechtshof geoordeeld dat hetgeen aan appellante ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat appellante daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd3a5e1e3512f02b9ecae8608b854dd4f4abf7b846c1b8dcd01b0b3dd3f4f135. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd3a5e1e3512f02b9ecae8608b854dd4f4abf7b846c1b8dcd01b0b3dd3f4f135, en de alinea staat in dat document op bytes 15766 tot 16683.