Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 juni 2019

Onder 4.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 juni 2019

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:228.

De eerste grief van appellant richt zich tegen het feit dat de accountantskamer in paragraaf 2.4 van de bestreden uitspraak niet heeft vastgesteld dat het budgethouderschap van appellant bij de gemeente [gemeente] voor de kostenplaatsen SZ2201 (Programmabureau ketensamenwerking G4 projecten algemeen) en SZ6605 (Project aanpak jeugdwerkloosheid regio [regio] ) in duur beperkt was tot 1 januari 2011 en dit feit vervolgens niet bij haar oordeel heeft meegewogen. De overweging van de accountantskamer dat hij de facturen van de derden-ondernemingen heeft goedgekeurd en ten laste heeft gebracht van de budgetten waarover hij als budgethouder kon beschikken kan volgens appellant geen stand houden, omdat hij gedurende de periode van zijn budgethouderschap geen facturen heeft goedgekeurd en geen facturen ten laste heeft gebracht van budgetten waarover hij als budgethouder kon beschikken. Volgens appellante bestaat er geen grond voor het aan de facturen van [naam 8] verbinden van de classificatie ‘geen gebleken prestatie geleverd’. De bestreden uitspraak – meer bepaald de overwegingen 4.6, onder e, 4.13, 4.14, 4.23, 4.25, 4.29, 4.30, 4.41, 4.52, 4.54, 4.57 en 4.58 – steunt op onjuiste gronden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/456bcbaff399dbfe93aeda009586efdd3a06c5b3b8fe3a6573c8703119c6974f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 456bcbaff399dbfe93aeda009586efdd3a06c5b3b8fe3a6573c8703119c6974f, en de alinea staat in dat document op bytes 32431 tot 33666.