Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 juni 2019

Onder 8.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 juni 2019

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:228.

Het College stelt vast dat de accountantskamer in paragraaf 2.5 van de bestreden uitspraak heeft geconstateerd dat appellant “In relatie tot zijn aanstelling als [functie 3] (…) AKO-kernteamlid bij Divosa” was en “In die hoedanigheid (…) een subsidieaanvraag [heeft] gedaan voor het Programmamanagement Ketensamenwerking G4-G5 onder het zogenaamde AKO-budget. Voor zover deze constatering moet worden gelezen als zou appellant de subsidieaanvraag in zijn hoedanigheid van AKO-kernteamlid hebben gedaan, stemt die lezing overeen met paragraaf 6.2 van het rapport, waarin is opgenomen dat appellant in reactie op de aan hem voorgelegde conceptbevindingen van 25 maart 2015 liet weten dat het subsidiebedrag als één ongedeeld budget aan het kernteamlid ter beschikking werd gesteld. Wat hiervan zij, in de subsidieaanvraag van 14 januari 2009 staat dat de aanvraag “T.b.v. de Directies van de G4, en het Werkbedrijf i.o.” en namens het Programma-management Ketensamenwerking G4-G5 is ingediend door appellant in zijn functie van [functie 3] [gemeente] . De aanvraag vermeldt appellant overigens ook (met die functienaam) als de ‘creditcardhouder’ die de subsidieaanvraag heeft goedgekeurd. Het enkele feit dat het overzicht AKO-aanvragen het persoonlijke e-mailadres van appellant vermeldt, brengt niet mee dat het toegekende budget (de subsidie ID 159) niet aan appellant als AKO-kernteamlid of als [functie 3] ter beschikking zou zijn gesteld, maar aan hem persoonlijk. Het is volstrekt onaannemelijk dat dit het geval is geweest. De stelling van appellant dat het hem tegen die achtergrond vrij zou hebben gestaan ook de door hem gedane uitgaven of van hem of van zijn onderneming afkomstige facturen te accorderen, gaat dan ook niet op. Zoals in de door hem bestreden paragraaf 2.5 van de bestreden uitspraak (en paragraaf 6.2 van het rapport) terecht is opgenomen, is in het AO-document geregeld dat appellant in zijn hoedanigheid van [functie 3] bevoegd was verplichtingen aan te gaan en facturen goed te keuren die ten laste van het project Ketensamenwerking werden gebracht, met uitzondering van uitgaven die betrekking hebben op appellant zelf of door hemzelf verrichte uitgaven, voor welke laatste uitgaven [naam 7] als eerstverantwoordelijke voor het AKO-budget bevoegd was. Grief 5 slaagt evenmin.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/456bcbaff399dbfe93aeda009586efdd3a06c5b3b8fe3a6573c8703119c6974f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 456bcbaff399dbfe93aeda009586efdd3a06c5b3b8fe3a6573c8703119c6974f, en de alinea staat in dat document op bytes 42606 tot 44946.