Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 augustus 2019

Onder 24.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 augustus 2019

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 augustus 2019, ECLI:NL:CBB:2019:357.

Zoals het College in zijn genoemde uitspraak heeft overwogen gaat het hier om een kwestie die ambtshalve dient te worden beoordeeld, zodat het College ten aanzien van alle appellanten tot hetzelfde oordeel komt. Dit oordeel heeft echter, anders dan appellanten betogen, niet tot gevolg dat de boete voor de feitelijke leidinggevers geheel moet komen te vervallen. Naar het oordeel van het College is, mede gezien de verwevenheid tussen de feitelijk leidinggevers en de ondernemingen, in deze zaken geen sprake van strijd met het verbod van reformatio in peius, wanneer de som van de boetes voor de onderneming en de feitelijke leidinggever niet hoger is dan het bedrag van de boete die voor de onderneming is vastgesteld voorafgaand aan de procedure bij het College. Appellanten hebben nog betoogd dat sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat de boete voor een feitelijke leidinggever die niet in hoger beroep is gekomen, ongewijzigd blijft. Het gelijkheidsbeginsel strekt echter niet zo ver dat de boetes voor appellanten om die reden niet gewijzigd zouden mogen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/179a1f7ebc013cd57b1ff9ac0072ae5232162a4ed95fa9738d3f327a1c316942. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 179a1f7ebc013cd57b1ff9ac0072ae5232162a4ed95fa9738d3f327a1c316942, en de alinea staat in dat document op bytes 85507 tot 86607.