Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 oktober 2019

Onder 5.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 oktober 2019

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 oktober 2019, ECLI:NL:CBB:2019:496.

Dat AFM de correspondentie tussen (de gemachtigde van) appellante en AFM over het kopiëren en schonen van de e-mailboxen – op een uitzondering na – niet van meet af aan als op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd, brengt naar het oordeel van het College niet met zich mee dat, zoals appellante heeft aangevoerd, sprake is van onzorgvuldige of bevoordeelde besluitvorming. AFM heeft toegelicht dat zij deze correspondentie niet als een op de zaak betrekking hebbende stuk heeft gekwalificeerd omdat deze niet aan de besluitvorming ten grondslag ligt en ook overigens niet relevant is geacht omdat appellante in bezwaar en beroep niet over het digitale onderzoek heeft geklaagd of een beroep heeft gedaan op deze correspondentie. Dat – naar het oordeel van het College – AFM deze correspondentie ten onrechte niet kwalificeert als op de zaak betrekking hebbend, doet er niet aan af dat zij deze stukken redelijkerwijs als niet relevant voor haar besluitvorming mocht achten. Niet aannemelijk is dat appellante door deze handelswijze is benadeeld of dat daarmee is gehandeld in strijd met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c19aa2146e27bb1db2b101464f1ae12dc0544812f44e13e41c51cb88c95f6e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c19aa2146e27bb1db2b101464f1ae12dc0544812f44e13e41c51cb88c95f6e8, en de alinea staat in dat document op bytes 34754 tot 35949.