Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 oktober 2019
Onder 3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 oktober 2019
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 oktober 2019, ECLI:NL:CBB:2019:503.
Appellant stelt in hoger beroep dat er na het opleggen van de last onder dwangsom op 27 maart 2014 geen uitzending meer heeft plaatsgevonden vanaf zijn perceel. Appellant maakt sindsdien ontvangstantennes die hij aan zijn graafmachine monteert om te testen. Daarbij wordt een signaal niet uitgezonden, maar ontvangen. Appellant meent verder dat de methode van meten door de toezichthouder niet zorgvuldig genoeg is, omdat appellant geen signaal uitzond. De staatssecretaris heeft bovendien onvoldoende onderzoek gedaan in de omgeving. De toezichthouder heeft niet kunnen constateren dat er achter het perceel van appellant geen onbemande opstelling aanwezig was, omdat de toezichthouder zelf heeft aangegeven dat het te donker was voor het maken van een foto. De afstand tot het natuurgebied is zodanig klein dat dit verschil niet te meten is met de apparatuur. Op basis van de gereden route die de staatssecretaris aangeeft, heeft deze niet kunnen constateren dat er in het openbaar toegankelijke natuurgebied van Staatsbosbeheer geen mast stond. Overal worden onbemande masten geplaatst en juist in natuurgebieden. Appellant meent dat de staatssecretaris geen zorgvuldig onderzoek heeft verricht, omdat er een verkeerde datum, namelijk 29 juli 2014 in het proces-verbaal staat. Een overtreding op 23 juli 2015 kan niet worden geconstateerd in een rapport van 29 juli 2014. Bovendien heeft de staatssecretaris een foto uit 2011 overgelegd. Daardoor lijkt appellant een veelpleger. De foto uit 2011 heeft echter geen betrekking op een overtreding, maar hoorde bij een waarschuwing van de staatssecretaris. Appellant meent daarnaast dat de staatssecretaris geen zorgvuldig onderzoek heeft verricht, omdat er geen foto’s zijn gemaakt, geen meetrapporten zijn overgelegd en niet is geconstateerd, bijvoorbeeld door binnen te treden of persoonlijk contact te leggen met appellant, dat er daadwerkelijk een signaal werd uitgezonden. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat er persoonlijk contact is geweest tussen de toezichthouder en appellant en dat de toezichthouder een gesprek met hem heeft gevoerd vanuit de auto. Appellant wil voorts weten waarom de staatssecretaris hem de spijtoptantenregeling niet heeft aangeboden en deze niet heeft toegepast. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat hij geen gebruik heeft gemaakt van deze regeling. De staatssecretaris heeft de ingevolge artikel 5:51 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maximale termijn van dertien weken voor het opleggen van een boete overschreden. Tot slot meent appellant dat de boete te hoog is. De staatssecretaris hanteert te hoge bedragen die niet in verhouding staan tot de zwaarte van de overtreding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96cd1eb55e0640e7530123a64889e66f4d87714d3a8df3252c79e66a9ea4387c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96cd1eb55e0640e7530123a64889e66f4d87714d3a8df3252c79e66a9ea4387c, en de alinea staat in dat document op bytes 10546 tot 13246.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96cd1eb55e0640e7530123a64889e66f4d87714d3a8df3252c79e66a9ea4387c | shasum -a 256