Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 oktober 2019
Onder 3.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 oktober 2019
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 oktober 2019, ECLI:NL:CBB:2019:503.
Appellant meent voorts dat de rechtbank in rechtsoverweging 6.1 van de bestreden uitspraak ten onrechte heeft overwogen dat er persoonlijk contact is geweest tussen hem en de toezichthouder en dat de toezichthouder een gesprek met hem heeft gevoerd vanuit de auto. Ter zitting hebben zowel de toezichthouder als appellant verklaard dat er ten tijde van de constatering van de onderhavige overtreding geen contact tussen hen is geweest . Uit het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg volgt dat de toezichthouder niet bij die zitting aanwezig is geweest en dat hij noch de staatssecretaris heeft gesteld dat van een dergelijk contact sprake zou zijn geweest. Op grond van de dossierstukken in eerste aanleg acht het College het aannemelijk dat de rechtbank ten aanzien van deze overweging ten overvloede, per abuis is uitgegaan van een passage uit het verweerschrift in eerste aanleg waarbij de staatssecretaris ingaat op een betoog van appellant met betrekking tot een eerder bezoek van de toezichthouder aan appellant in 2014.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96cd1eb55e0640e7530123a64889e66f4d87714d3a8df3252c79e66a9ea4387c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96cd1eb55e0640e7530123a64889e66f4d87714d3a8df3252c79e66a9ea4387c, en de alinea staat in dat document op bytes 18001 tot 19050.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96cd1eb55e0640e7530123a64889e66f4d87714d3a8df3252c79e66a9ea4387c | shasum -a 256