Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 januari 2019

Onder 3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 januari 2019

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:7.

Appellante voert aan dat verweerder bij de vaststelling van haar fosfaatrecht rekening moet houden met haar bijzondere omstandigheden. In haar geval leidt het niet verhogen van haar fosfaatrecht tot een individuele disproportionele last in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP). Appellante meent dat met het behoud van derogatie geen algemeen belang is gediend. De invoering van het stelsel van fosfaatrechten was ten tijde van haar uitbreidingsbeslissingen niet voorzienbaar. Appellante had dus niet kunnen voorzien dat de door haar voorgestane groei niet mogelijk zou zijn. Voor starters is wel een voorziening getroffen. Die verkeren in feite in dezelfde situatie, maar zij worden, anders dan appellante, wel voor 50% gecompenseerd voor het verlies aan latente ruimte. Er is dan ook sprake van rechtsongelijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1be5d5cdcfedea51a7738e5aa0a436c751dbf7b8dea06ffc23e91f3d7a953f87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1be5d5cdcfedea51a7738e5aa0a436c751dbf7b8dea06ffc23e91f3d7a953f87, en de alinea staat in dat document op bytes 9937 tot 10879.