Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 april 2020
Onder 4.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 april 2020
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 april 2020, ECLI:NL:CBB:2020:306.
[naam 1] stelt zich op het standpunt dat de door de rechtbank gehanteerde maatstaf niet afwijkt van vaste rechtspraak. De kern van het leerstuk van de enkele voortdurende overtreding houdt in dat een “reeks van handelingen” of een voortgezette gedraging aanwezig moet zijn. Dat betekent dat er wel degelijk een minimum aantal contactmomenten moet zijn. Gelet op het (zeer) incidentele karakter van de maximaal vijf contacten over offerteaanvragen over een periode van ruim drie jaar kan moeilijk van een “reeks van handelingen” of een “voortgezette gedraging” worden gesproken. Een van de belangrijkste fouten van ACM is haar opvatting dat [naam 8] en [naam 7] zich sinds de bijeenkomst op 31 juli 2006 in [plaats 7] gebonden zouden achten om offerteaanvragen af te stemmen en concurrentiegevoelige informatie uit te wisselen. Uiteindelijk is ACM hierop teruggekomen en heeft zij enkel nog betoogd dat [naam 8] en [naam 7] zich sindsdien “gebonden achten”. De derde optie die wordt genoemd in het verslag van de bijeenkomst in [plaats 7] hield niet meer in dan dat partijen na een juridische fusie zouden kijken welke klanten het beste zouden passen op welke locatie. Er was geen afspraak om de onderlinge concurrentiedruk te verminderen. Met het wegvallen van de vermeende afspraak als onderdeel van het totaalplan is niet alleen ACM’s gestelde totaalplan, maar ook de betekenis en duur van de overtreding, het boetebedrag en tal van andere onderdelen van het besluit wezenlijk anders geworden. ACM doet nu in hoger beroep voorkomen alsof de vermeende incidentele contacten over offerteaanvragen (en informatie-uitwisseling) op zichzelf geacht werden deel uit te maken van een totaalplan. Dat is niet juist en ook niet wat ACM [naam 1] in de besluiten ten laste heeft gelegd. De rechtbank heeft het bewijs niet onvolledig weergegeven. Het kunstmatige onderscheid tussen offerteaanvragen en informatie-uitwisseling is enkel bedoeld om de enkele voortdurende overtreding op te rekken. Het betreft in het merendeel precies hetzelfde contact en dus ook dezelfde gedraging. Uitsluitend bij het incidentele contact tussen [naam 8] en [naam 4] kunnen vraagtekens worden gezet. Het gaat om een minimaal aantal contacten (zeker afgezet tegen de honderden offertes die [naam 8] en [naam 7] jaarlijks uitbrachten), die grotendeels moeten worden gezien in het licht van de reguliere samenwerking en/of mogelijke nieuwe samenwerkingsplannen, bijvoorbeeld omdat er exclusiviteit met een klant was afgesproken, er sprake was van overflow of indien dit relevant was voor de inbreng in de joint venture. Deze incidentele contacten over offertes tussen [naam 8] en [naam 4] moeten los worden gezien van de legitieme contacten over en de legitieme doelstelling van een joint venture. ACM heeft nagelaten dit onderscheid te maken. De rechtbank mocht oordelen en heeft terecht geoordeeld dat, nu er een alternatieve verklaring bestaat voor het doel van de vermeende gedragingen, ACM onvoldoende heeft aangetoond dat diezelfde gedragingen alle (ook) passen binnen het totaalplan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8d32ab3f285df3818442fc1be841b7ec6cf44516513b7132fc703e29e4ad574. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8d32ab3f285df3818442fc1be841b7ec6cf44516513b7132fc703e29e4ad574, en de alinea staat in dat document op bytes 45831 tot 48959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8d32ab3f285df3818442fc1be841b7ec6cf44516513b7132fc703e29e4ad574 | shasum -a 256