Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 april 2020

Onder 4.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 april 2020

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 april 2020, ECLI:NL:CBB:2020:306.

Het is een misvatting dat de rechtbank de subjectieve intentie van de betrokken personen doorslaggevend heeft geacht. De verklaringen van de betreffende personen zien alle drie op de expliciete ontkenning dat er een afspraak is gemaakt om de onderlinge concurrentie te beperken of ontkenning van het door ACM geschetste beeld. Dat is niet subjectief, maar berust op wetenschap. ACM heeft allerlei contactmomenten tussen vier verschillende (rechts)personen op één hoop geveegd, één totaalplan voor een enkele voortdurende overtreding bedacht en twee willekeurige momenten voor het begin en einde hiervan genomen (met als doel verjaring te voorkomen en een boete over de totale omzet van [naam 7] op te kunnen leggen).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8d32ab3f285df3818442fc1be841b7ec6cf44516513b7132fc703e29e4ad574. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8d32ab3f285df3818442fc1be841b7ec6cf44516513b7132fc703e29e4ad574, en de alinea staat in dat document op bytes 48969 tot 49703.