Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 april 2020

Onder 3.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 april 2020

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 april 2020, ECLI:NL:CBB:2020:307.

[naam 1] stelt zich op het standpunt dat de rechtbank de twijfel over de juistheid van de door ACM gemaakte geografische afbakening van de markt terecht heeft aangemerkt als een gebrek in het onderzoek dat fundamenteel van aard is. Een geografische marktafbakening heeft niet alleen betekenis voor het beoordelen van de gedragingen. Het roept ook de vraag op waarom ACM de onderhavige zaak en de zogeheten […] -zaak (ECLI:NL:RBROT:2018: 2787) als twee afzonderlijke kartels heeft beoordeeld. ACM heeft dezelfde gedragingen beboet op dezelfde markt en [naam 3] was in beide zaken bij deze gedragingen betrokken. Wanneer het standpunt van ACM over de geografische markt wordt gevolgd, dan had ACM tenminste de concurrentiedruk van [naam 2] en [naam 7] / [naam 9] op het totaal van de gedragingen moeten betrekken. ACM heeft dit minimale contextuele onderzoek achterwege gelaten. Voor ACM moet het aannemelijk zijn geweest dat [naam 1] haar verdediging in deze zaak anders had willen inrichten wanneer ACM de gedragingen in de [plaats 2] -zaak en de […] -zaak als één “kartel” zou hebben beoordeeld. Door het doelbewust opsplitsen van de gedragingen heeft ACM [naam 1] een ruimere toegang tot informatie onthouden. ACM stelt dat er een significante groep afnemers is met een specifieke vraag naar blending in combinatie met opslag. Echter, vrijwel alle grote afnemers – bijvoorbeeld [naam 6] , [naam 10] , [naam 11] , [naam 12] en [naam 13] , beschikken zelf over blendingsinstallaties en –capaciteit. Deze afnemers waren in het geheel niet afhankelijk van koel- en vrieshuizen die de combinatie van opslag en blending aanboden. Dit roept de vraag op welke significante groep van afnemers ACM concreet voor ogen heeft gehad. [naam 1] merkt op dat in de periode 2007 tot en met 2009 er een groot aantal aanbieders van opslag in combinatie met blending actief was. [naam 1] noemt vijftien namen. [naam 2] was een speler van geringe betekenis op de combinatie “opslag en blending”-markt. Bovendien was [naam 2] niet gevestigd in [plaats 3] zodat de concurrentiedruk die zij in theorie zou kunnen uitoefenen verder aan betekenis inboet. De veronderstelling dat er geen reële alternatieven zouden bestaan voor aanbieders buiten [plaats 3] wordt niet bevestigd door informatie van de Europese vereniging van koel- en vrieshuizen. Nederland was aantrekkelijk vanwege de lage tarieven en niet vanwege de ligging of faciliteiten. Naarmate de goederen langer in opslag staan, worden de transportkosten minder belangrijk. En dat het “bederfelijke waar” betreft, is de reden dat de goederen worden ingevroren. De desbetreffende goederen zijn daarom voor alle vrieshuizen in Europa interessant. Hoe langer de opslag des te minder belangrijk zijn de transportkosten maar belangrijker de eindbestemming van de goederen. Wat ACM stelt over de [plaats 3] haven geldt in gelijke mate voor de haven van [plaats 4] , [plaats 5] , [plaats 6] en zelfs [plaats 7] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be5522f8238b91211726c8d2995a2c4ac6533f7bc4fd9a32147709501e12d478. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be5522f8238b91211726c8d2995a2c4ac6533f7bc4fd9a32147709501e12d478, en de alinea staat in dat document op bytes 18637 tot 21636.