Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2020

Onder 4.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2020

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2020, ECLI:NL:CBB:2020:419.

De rechtbank heeft dienaangaande in 4.1, 5.2 en 5.3 van de aangevallen uitspraak, samengevat, overwogen dat appellante als vergunninghouder normadressaat is en dat zij daarom verplicht was een beleid te voeren om wetovertredingen door [naam 6] tegen te gaan. Dat [naam 3] als feitelijk beheerder de activiteiten verrichtte en in het verleden ook aan haar een aanwijzing tot het beëindigen van het beheer van het [naam 5] is opgelegd doet niet af aan de verantwoordelijkheid van appellante. Appellante dient zich als vergunninghouder te houden aan de normen inzake de beheerste en integere bedrijfsvoering uit deel 4 van de Wft. De FSO die appellante als beheerder van het [naam 5] in 2012 heeft gesloten komt er in de kern op neer dat appellante in strijd met haar verplichtingen als vergunninghouder haar vergunning voor het uitvoeren van het beheer van het [naam 5] heeft uitgeleend aan [naam 3] . Het vertrouwen in de financiële markten kan door deze handelswijze worden geschaad, omdat cliënten en het publiek in het algemeen ervan mogen uitgaan dat een vergunninghoudende beheerder van een beleggingsinstelling als appellante zich niet laat gebruiken als stroman. [naam 6] viel als nevenvestiging volledig onder de verantwoordelijkheid van appellante. Onder de vergunning van appellante hebben verschillende wetsovertredingen plaatsgevonden. Appellante is niet tegengegaan dat bij de activiteiten met betrekking tot het beheer van het [naam 5] en de verkoop van de deelnemingsrechten stelselmatig wetsovertredingen hebben plaatsgevonden. Zij is verantwoordelijk voor schendingen van alle wetsovertredingen onder haar vergunning anders zou de betekenis van het vergunningstelsel uit de Wft ernstig worden aangetast. Appellante heeft bewust het risico genomen dat personen over wie zij onvoldoende zeggenschap had onder de vlag van haar onderneming Wft-normen zouden overtreden en daarmee zijn die overtredingen appellante te verwijten. Dat – achteraf gezien – sprake was van een inschattingsfout en dat de constructie destijds wel in overeenstemming was met de geldende regelgeving, zoals appellanten hebben betoogd, heeft de rechtbank niet gevolgd. Ook het betoog van appellanten dat AFM al sinds de inschrijving van het [naam 5] van 9 november 2012 op de hoogte was van de rolverdeling tussen appellante en [naam 3] heeft de rechtbank niet gehonoreerd. De rechtbank heeft voorts overwogen dat de inspanningen van appellante om de situatie te herstellen aan het voorgaande niet afdoen. De wetsovertredingen duurden voort. De FSO is pas beëindigd nadat een curator is benoemd. Dat de beëindiging van de FSO en de ontvlechting van de samenwerking met [naam 3] juridisch gezien zeer complex is gebleken, heeft de rechtbank niet tot een ander oordeel geleid, nu appellante zelf verwijtbaar deze complexe situatie heeft veroorzaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25ab77eb0adeb21cdae6ed3772ffb7b6f6be780f624ef54badcb3bbba821ce35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25ab77eb0adeb21cdae6ed3772ffb7b6f6be780f624ef54badcb3bbba821ce35, en de alinea staat in dat document op bytes 29186 tot 32053.