Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2020
Onder 9.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2020
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2020, ECLI:NL:CBB:2020:419.
In 13.2 oordeelt de rechtbank dat AFM terecht geen aanleiding heeft gezien tot matiging van het basisbedrag op grond van de ernst en/of duur van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van appellanten en neemt daarbij mede in aanmerking wat zij reeds heeft overwogen ten aanzien van de beboetbaarheid. In 13.3 verwerpt de rechtbank de volgens haar niet met feiten onderbouwde stelling van appellante dat haar financiële positie zodanig is dat zij de boete niet meer kan dragen. Hierbij overweegt de rechtbank dat de boete van € 30.000,- niet boven het surplus van € 32.000,- uitkomt waarover appellante volgens DNB beschikt. In 13.4 oordeelt de rechtbank dat op basis van de overgelegde gegevens onvoldoende grond bestaat om de aan appellant opgelegde boete van € 125.000,- te matigen in verband met zijn draagkracht. Volgens de rechtbank heeft AFM zich terecht op het standpunt gesteld dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn inkomsten en zijn vermogen, zodat niet kan worden vastgesteld wat zijn financiële situatie was ten tijde van de boeteoplegging en wat zijn draagkracht nu is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25ab77eb0adeb21cdae6ed3772ffb7b6f6be780f624ef54badcb3bbba821ce35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25ab77eb0adeb21cdae6ed3772ffb7b6f6be780f624ef54badcb3bbba821ce35, en de alinea staat in dat document op bytes 69084 tot 70213.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/25ab77eb0adeb21cdae6ed3772ffb7b6f6be780f624ef54badcb3bbba821ce35 | shasum -a 256