Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 februari 2020
Onder 4.2. College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 februari 2020
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 februari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:60.
Vanwege de trage besluitvorming bij het opleggen van de boete bestond er voor de minister verder aanleiding om de hoogte ervan conform het eigen beleid bij overschrijding van de beslistermijn te matigen. Dit is echter niet gedaan. Nu het rapport op 30 juni 2015 en de primaire besluiten op 7 april 2016 zijn gedateerd, was een matiging van 20% aangewezen, omdat in strijd met artikel 5:51 van de Awb niet binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport is beslist over de oplegging van de boete. De minister had bij de vaststelling van de hoogte van de boete voorts dienen te betrekken dat appellanten geen financieel voordeel hebben behaald door de overtredingen. Ook is er vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) aanleiding voor een matiging van de boete. Die termijn is aangevangen op 2 december 2014, omdat appellanten op dat moment vanwege een aan hen gerichte e-mail duidelijk kon zijn dat een boete zou worden opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4604df24169427e13ac9774eb252b8d2498ea8217178cd9258b6d64fe1c48662. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4604df24169427e13ac9774eb252b8d2498ea8217178cd9258b6d64fe1c48662, en de alinea staat in dat document op bytes 20699 tot 21744.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4604df24169427e13ac9774eb252b8d2498ea8217178cd9258b6d64fe1c48662 | shasum -a 256