Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 februari 2020

Onder 6.3. College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 februari 2020

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 februari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:60.

Met de rechtbank is het College verder van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellant feitelijk leiding heeft gegeven aan de door appelante begane overtredingen. De rechtbank heeft in dat verband met juistheid overwogen dat appellant bevoegd was om maatregelen te nemen om te voorkomen dat de feitelijke hoofdactiviteit van appellante, het transport van mest, werd uitgevoerd op een wijze die in strijd is met de wet. Appellant heeft nagelaten om maatregelen te treffen ter voorkoming van deze gedragingen door appellante, zodat hij heeft aanvaard dat de verboden gedragingen zich zullen voordoen. Gelet hierop volgt het College appellant niet in zijn standpunt dat hem er geen verwijt van kan worden gemaakt dat zijn werknemers de voorschriften niet in acht hebben genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4604df24169427e13ac9774eb252b8d2498ea8217178cd9258b6d64fe1c48662. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4604df24169427e13ac9774eb252b8d2498ea8217178cd9258b6d64fe1c48662, en de alinea staat in dat document op bytes 31456 tot 32284.