Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 november 2020
Onder 5.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 november 2020
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 november 2020, ECLI:NL:CBB:2020:800.
Zoals het College eerder heeft geoordeeld (ECLI:NL:CBB:2018:145), dient een bestuursorgaan bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen. Zoals het College eveneens al eerder heeft geoordeeld (ECLI:NL:CBB:2018:401), strekt het gelijkheidsbeginsel in het kader van het opleggen van bestuurlijke boetes niet zover dat de bevoegdheid tot het opleggen ervan onrechtmatig is uitgeoefend alleen omdat een eventuele andere overtreder niet is beboet. Dat kan anders komen te liggen als sprake is van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen die duidt op willekeur in de handhavingspraktijk van het bevoegde bestuursorgaan. Om dit te kunnen toetsen, dient de minister inzichtelijk te maken waarom hij in het ene geval wel en in het andere geval geen gebruik heeft gemaakt van zijn boetebevoegdheid (ECLI:NL:CBB:2016:104). Ter beoordeling staat dus of de minister op een zodanig consistente wijze gebruik heeft gemaakt van de hem toekomende handhavingsbevoegdheid dat hij niet in strijd met het verbod van willekeur heeft gehandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8115be798b3ea1b351c96d509344384c418895e9682949f80f8cc84d3560a71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8115be798b3ea1b351c96d509344384c418895e9682949f80f8cc84d3560a71, en de alinea staat in dat document op bytes 22877 tot 24005.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8115be798b3ea1b351c96d509344384c418895e9682949f80f8cc84d3560a71 | shasum -a 256