Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2021

Onder 3.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2021

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2021, ECLI:NL:CBB:2021:101.

Zoals volgt uit de uitspraak van het College van 28 maart 2013 (ECLI:NL:CBB:2013:BZ6866) heeft appellante als houder van een vergunning op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wtt verplichtingen uit hoofde van artikel 10 van de Wtt en de regels die krachtens dit artikel zijn gesteld. Deze regels zijn thans neergelegd in de Rib 2014. De verplichtingen zien kort gezegd op het vergaren van bepaalde informatie, alsmede het controleren en vastleggen daarvan in een dossier. Artikel 25 van de Rib 2014 bepaalt dat het cliëntacceptatiedossier (onder meer) de gegevens als bedoeld in de artikelen 19, tweede lid, onder a en b, en 23, derde lid, van de Rib 2014 bevat en dat het trustkantoor het cliëntacceptatiedossier beschikbaar houdt voor de toezichthouder. Wanneer DNB na dossieronderzoek bij het trustkantoor constateert dat bepaalde gegevens die ingevolge de Rib 2014 in het cliëntacceptatiedossier gedocumenteerd hadden moeten worden, er niet zijn, is het aan het trustkantoor om aan te tonen dat het desondanks ten tijde van het onderzoek over deze gegevens beschikte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff11a65327eeea86815d60c750e6fd7526f5f2839c4c08d67863ef020f39b7a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff11a65327eeea86815d60c750e6fd7526f5f2839c4c08d67863ef020f39b7a8, en de alinea staat in dat document op bytes 17590 tot 18681.