Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2021
Onder 3.6.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2021
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2021, ECLI:NL:CBB:2021:101.
DNB heeft voorts terecht geconcludeerd dat, gelet op de door appellante gesignaleerde risico’s in het dossier [naam 7] , het niet toereikend was dat appellante jaarlijks achteraf een overzicht van de transacties van de buitenlandse bank ontving (zogenaamd ‘post-event monitoring’) om (tijdig) de integriteitsrisico’s te onderzoeken die aan de herkomst of bestemming van middelen zijn verbonden. Dat het daarbij, zoals appellante stelt, om relatief weinig en insignificante transacties per jaar ging, maakt het voorgaande niet anders. Appellante beschikte niet over een risicoprofiel waarbij van tevoren wordt vastgesteld welke vorm en omvang van herkomst en bestemming van middelen als gebruikelijk zal kunnen worden aangemerkt. DNB heeft terecht een overtreding van artikel 19, eerste lid, onder d, in samenhang met artikel 13, tweede lid, onder d, van de Rib 2014 vastgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff11a65327eeea86815d60c750e6fd7526f5f2839c4c08d67863ef020f39b7a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff11a65327eeea86815d60c750e6fd7526f5f2839c4c08d67863ef020f39b7a8, en de alinea staat in dat document op bytes 24116 tot 25016.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff11a65327eeea86815d60c750e6fd7526f5f2839c4c08d67863ef020f39b7a8 | shasum -a 256