Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 december 2021

Onder 3.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 december 2021

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 december 2021, ECLI:NL:CBB:2021:1050.

Indien het College van oordeel is dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van een nieuw feit, dan benadrukt appellante nogmaals dat het College in zijn uitspraken van 18 december 2018 de openbaarheid van de marges fundamenteel van aard heeft geacht, wat volgens appellante betekent dat in dit geval zelfs geen nieuw feit nodig is, omdat het afwijzen van haar verzoek om herziening onder deze omstandigheden evident onredelijk is. Hierbij is van belang dat de minister na deze uitspraken van het College zijn handelwijze heeft aangepast en meerdere boetes heeft vernietigd in vergelijkbare zaken als die van appellante. De situatie van appellante is dus op een andere wijze beoordeeld, waarmee de minister volstrekt willekeurig heeft gehandeld. Daarbij betoogt appellante dat de minister tot op heden geen inzicht heeft gegeven in de beoordelingscriteria en in de wijze waarop hij aan de hand van die criteria tot een afwijzing van het verzoek van appellante is gekomen. Wederom heeft de minister dus informatie achtergehouden. Hij heeft daarmee in strijd gehandeld met artikel 6 van het EVRM, omdat appellante door deze handelwijze een eerlijk proces is onthouden. Hieraan is de rechtbank ten onrechte voorbijgegaan. Zij had moeten oordelen dat het besluit op het verzoek van appellante evident onredelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3efe358e290c6c9485848cb51b0bc9405e42b627ca6540e4286e3dddbc91242. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3efe358e290c6c9485848cb51b0bc9405e42b627ca6540e4286e3dddbc91242, en de alinea staat in dat document op bytes 11782 tot 13125.