Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 januari 2021

Onder 6.3.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 januari 2021

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 januari 2021, ECLI:NL:CBB:2021:87.

Appellant heeft ten slotte aangevoerd dat de financiële resultaten van zijn eenmanszaak zo gering zijn dat deze in geen verhouding staan tot de hoogte van de in te vorderen dwangsom. Het bestuursorgaan hoeft bij een besluit omtrent invordering van de verbeurde dwangsom in beginsel echter geen rekening te houden met de financiële draagkracht van de overtreder (zie de in 6.2 genoemde uitspraak van 12 maart 2019). De draagkracht van de overtreder kan immers in de regel pas in de executiefase ten volle worden gewogen en, indien hierover een geschil ontstaat, is de rechter die belast is met de beslechting daarvan bij uitstek in de positie hierover een oordeel te geven. Voor een uitzondering op dit beginsel bestaat slechts aanleiding indien evident is dat de overtreder gezien zijn financiële draagkracht niet in staat zal zijn de verbeurde dwangsom (volledig) te betalen. Gelet op wat appellant ter zitting heeft verklaard over zijn inkomsten – appellant werkt vijf dagen per week in de praktijk, zij het dat hij het iets rustiger aan doet, ontvangt tevens een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet en beschikt ook over pensioeninkomsten – is hiervan geen sprake. Daar komt bij dat appellant verweerster kan verzoeken om een betalingsregeling, zodat het bedrag in termijnen kan worden betaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e089ca6fb10cc2ebf36de7cdbb0a0b5759e420974f81dcb841e1afc57398611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e089ca6fb10cc2ebf36de7cdbb0a0b5759e420974f81dcb841e1afc57398611, en de alinea staat in dat document op bytes 26217 tot 27545.