Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 mei 2021
Onder 3.1.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 mei 2021
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 mei 2021, ECLI:NL:CBB:2021:968.
Ook als, zoals DNB stelt, B3 en B4 zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad als bedoeld in artikel 11 van de Wob, betekent dat niet dat zij geen op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb kunnen zijn. In artikel 8:29 van de Awb is slechts in die zin een verband gelegd tussen beide wetten dat gewichtige redenen voor de weigering om stukken over te leggen of om de kennisneming daarvan te beperken in ieder geval niet aanwezig zijn voor zover ingevolge de Wob de verplichting zou bestaan een verzoek om informatie, vervat in die stukken, in te willigen. Daarmee vormt de plicht op grond van de Wob tot openbaarmaking de ondergrens voor de toepassing van artikel 8:29 van de Awb, maar als de Wob niet dwingt tot openbaarmaking betekent dat geenszins dat de kennisneming van (delen van) die stukken in een rechterlijke procedure aan procespartijen kan worden onthouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da39dc233a1a72cf36b7b560634e6cb0accb3557dd793f6235c15f32582c89ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da39dc233a1a72cf36b7b560634e6cb0accb3557dd793f6235c15f32582c89ac, en de alinea staat in dat document op bytes 17531 tot 18450.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da39dc233a1a72cf36b7b560634e6cb0accb3557dd793f6235c15f32582c89ac | shasum -a 256