Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 mei 2021

Onder 3.2.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 mei 2021

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 mei 2021, ECLI:NL:CBB:2021:968.

Het College zal hierna per stuk beoordelen of het van belang kan zijn voor de beslechting van de (nog) bestaande geschilpunten. Het College stelt daarbij, onder verwijzing naar zijn uitspraak van 9 november 2009 (ECLI:NL:CBB:2009:BK2641), voorop dat in een procedure waarin een belanghebbende opkomt tegen een opgelegde boete deze in staat moet worden gesteld om alles aan te voeren wat hij in het belang van zijn verdediging noodzakelijk acht. Dat betekent dat wanneer een belanghebbende gemotiveerd uiteenzet dat en waarom hij het van belang acht dat bepaalde stukken die zich onder het bereik van de toezichthouder bevinden, die stukken als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb worden aangemerkt en dus, behoudens gevallen van gerechtvaardigde weigering op grond van artikel 8:29 van de Awb en uitzonderingsgevallen als misbruik van procesrecht, moeten worden overgelegd, ook als deze volgens de toezichthouder geen rol hebben gespeeld in zijn besluitvormingsproces. Niet uit te sluiten valt immers dat uit die stukken feiten of omstandigheden blijken die in het belang zijn van de verdediging van de belanghebbende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da39dc233a1a72cf36b7b560634e6cb0accb3557dd793f6235c15f32582c89ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da39dc233a1a72cf36b7b560634e6cb0accb3557dd793f6235c15f32582c89ac, en de alinea staat in dat document op bytes 20749 tot 21922.