Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 mei 2021

Onder 4.2.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 mei 2021

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 mei 2021, ECLI:NL:CBB:2021:968.

Nu in het onderhavige geval sprake is van een punitieve sanctie zijn voorts de waarborgen van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) van toepassing. Zoals volgt uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bestaat op grond van artikel 6, eerste lid, van het EVRM in beginsel het recht op kennisname van al het relevante bewijsmateriaal door de verdediging. Dit recht is echter niet absoluut. Andere belangen kunnen zich daartegen verzetten, zoals de nationale veiligheid, bescherming van fundamentele rechten van anderen en geheimhouding van opsporingsmethoden. Deze belangen dienen in voorkomende gevallen te worden afgewogen tegen de belangen van de verdediging (EHRM 26 maart 1996, Doorson t. Nederland, nr. 54/1994/501/583, NJ 1996, 741, punt 69-70, EHRM 1 februari 2000, Rowe en Davis t. Verenigd Koninkrijk, nr. 28901/95, BNB 2000, 259, punt 60-62).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da39dc233a1a72cf36b7b560634e6cb0accb3557dd793f6235c15f32582c89ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da39dc233a1a72cf36b7b560634e6cb0accb3557dd793f6235c15f32582c89ac, en de alinea staat in dat document op bytes 27879 tot 28843.