Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 27 september 2022

Onder 6.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 27 september 2022

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 27 september 2022, ECLI:NL:CBB:2022:656.

In een geval als het onderhavige waarin een boete is opgelegd, rust de bewijslast dat sprake is van een overtreding, gelet op het vermoeden van onschuld, op het bestuursorgaan dat de boete heeft opgelegd. De minister moet daarom het bewijs leveren dat [naam 1] artikel 3, aanhef en onder b, artikel 8, eerste lid, en bijlage I, hoofdstuk I, paragraaf l en paragraaf 2, onder c, van de Transportverordening heeft overtreden en daartoe de feiten deugdelijk vaststellen. De minister heeft zich bij de vaststelling van de overtredingen gebaseerd op drie kenmerken of indicatoren: de lengte, het haarkleed en het aantal tanden van het kalf dat in de baarmoeder is aangetroffen. De combinatie van deze indicatoren, zoals gedetailleerd beschreven door de toezichthoudend dierenartsen in de rapporten van bevindingen, leidt volgens de minister tot de conclusie dat de draagtijd al voor minimaal 90 procent gevorderd was. [naam 1] heeft de bevindingen in genoemde rapporten en met name de conclusie die de minister naar aanleiding van deze bevindingen heeft getrokken, uitgebreid en gedetailleerd betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f3addcc8c09afd40d68b9e86f346b84b71bcfa06455179c6b2f130e274e9687. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f3addcc8c09afd40d68b9e86f346b84b71bcfa06455179c6b2f130e274e9687, en de alinea staat in dat document op bytes 25757 tot 26866.