Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 27 september 2022

Onder 6.5.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 27 september 2022

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 27 september 2022, ECLI:NL:CBB:2022:656.

In zijn diergeneeskundige verklaring van 28 augustus 2019 stelt [naam 6] dat de draagtijd en daarmee ook de kritische grens van 90 procent een grote variatie kent, dat hij tot uitgangspunt neemt dat de draagtijd bij Holsteinrunderen (melkvee) gemiddeld 280 dagen is met een spreiding van drie weken meer of drie weken minder en dat de draagtijd bij vleesvee gemiddeld 284 dagen met dezelfde spreiding bedraagt. Dat, zoals [naam 1] betoogt, het ras van de runderen bij de beoordeling van de draagtijd een rol speelt, heeft de minister niet weersproken. Het College gaat daarom uit van genoemde gemiddelde draagtijden en het verschil daartussen. Tussen partijen is voorts niet in geschil dat de moederdieren van een vleesveeras zijn. Gelet hierop is een algemene, gemiddelde schatting van de draagtijd aan de hand van een combinatie van de indicatoren zonder nadere wetenschappelijke onderbouwing van de kant van de minister, onvoldoende nauwkeurig. Dat geldt te meer in dit geval waarbij de runderen op natuurlijke wijze zijn bevrucht en er geen inseminatiedata beschikbaar zijn. In genoemde diergeneeskundige verklaring verwijst [naam 6] naar de hiervoor al genoemde twee wetenschappelijke artikelen van respectievelijk Rexroad e.a. (1974), en Krog e.a. (2018). Uit het artikel van Krog e.a. volgt dat “fetometric measurements” als het meten van de lengte van het kalf in hoge mate afhankelijk zijn van het ras van de runderen “because of significant differences in size and body composition between breeds”. De stelling van [naam 6] dat bij vleesvee veel zwaardere en grotere kalveren worden geboren dan bij Holsteinrunderen, een melkveeras, sluit bij het voorgaande aan. De minister heeft ook niet (voldoende gemotiveerd) weersproken dat er variaties zijn in de lengtes van kalveren in verband met genoemde verschillen tussen melkvee- en vleesveerassen. Krog e.a. wijzen er in verband met genoemde verschillen op dat voor alle rassen of groepen van vergelijkbare rassen onderzoek noodzakelijk is voor de vaststelling van de draagtijd op basis van wetenschappelijk gevalideerde gegevens. Dit betekent dat wetenschappelijk onderzoek naar de vaststelling van de draagtijd bij runderen van een melkveeras als het Holsteinras aan de hand van het meten van de lengte van het kalf met (o.a.) de CRL-methode, mede in verband met genoemd verschil in gemiddelde draagtijden, niet maatgevend kan worden geacht voor de vaststelling van de draagtijd bij runderen van een vleeveesras aan de hand van een dergelijke methode.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f3addcc8c09afd40d68b9e86f346b84b71bcfa06455179c6b2f130e274e9687. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f3addcc8c09afd40d68b9e86f346b84b71bcfa06455179c6b2f130e274e9687, en de alinea staat in dat document op bytes 31716 tot 34248.