Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 december 2022
Onder 6.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 december 2022
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 december 2022, ECLI:NL:CBB:2022:821.
17 november 2020, ECLI:NL:CBB:2020:852) en die van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694, waarnaar appellanten verwijzen) volgt dat bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel drie stappen worden doorlopen. De eerste stap is de juridische kwalificatie van de uitlating en/of gedraging waarop de betrokkene zich beroept. Doorgaans zal de uitlating en/of gedraging door een ambtenaar zijn gedaan of verricht, maar dit kan ook gebeuren door anderen, bijvoorbeeld een wethouder of door derden die door het bestuursorgaan worden ingeschakeld. De vraag is dan of die uitlating en/of gedraging kan worden gekwalificeerd als een toezegging. In het voorliggende geval gaat het om uitlatingen van het bestuursorgaan zelf, de minister. Dat neemt niet weg dat ook in zo’n geval de vraag moet worden beantwoord of de uitlating en/of gedraging kan worden gekwalificeerd als een toezegging. Die vraag beantwoordt het College hier, anders dan appellanten, ontkennend. De brieven van de minister kunnen niet worden aangemerkt als tot aan appellanten gerichte toezeggingen. Daarvoor is van belang dat de minister daarin, in reactie op de motie-Van den Berg c.s., de Tweede Kamer informeert over de uitvoering die hij geeft aan de motie. Deze uitlatingen zijn gedaan in het politieke domein en moeten in zoverre dan ook worden aangemerkt als een in een politieke context gedane uitlating. Een dergelijke uitlating werkt, ook al heeft zij betrekking op de situatie van appellanten, niet rechtstreeks jegens appellanten. Dat, zoals appellanten stellen, het voornemen van de minister om over te gaan tot verlenging van hun vergunningen vervolgens met hen is besproken en ook in lijn is met de daaropvolgende besluitvorming door de minister, doet geen afbreuk aan het (uitsluitend) politieke karakter van de uitlating en maakt niet dat sprake is van een toezegging (ook) jegens appellanten. Dat kredietverstrekkers na de brief van de minister van 11 november 2020 meer bereid waren tot financiering is voor appellanten plezierig, maar ook dat maakt niet dat sprake is van een toezegging aan appellanten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7ae8043abd9f6468b15e1da94fa6e03a92bd75e24fa5221bc66ecaf49884476. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7ae8043abd9f6468b15e1da94fa6e03a92bd75e24fa5221bc66ecaf49884476, en de alinea staat in dat document op bytes 37359 tot 39569.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b7ae8043abd9f6468b15e1da94fa6e03a92bd75e24fa5221bc66ecaf49884476 | shasum -a 256