Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 27 februari 2024

Alinea 44 College van Beroep voor het bedrijfsleven 27 februari 2024

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 27 februari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:129.

6. De rechtbank is van oordeel dat eiseressen met hun gedragingen het zelfstandigheidsvereiste hebben geschonden en dat de ACM terecht heeft gesteld dat er sprake is van een overeenkomst en/of onderling afgestemde feitelijke gedraging (een precieze kwalificatie is niet nodig, zie bijvoorbeeld het arrest van 23 november 2006, Asnef-Equifax, C238/05, ECLI:EU:C:2006:734, punt 32). De door [Partij 2] gestuurde e-mail betrof informatie op basis waarvan de onderlinge concurrentie tussen [Partij 2] en [Partij 1] in potentie is verminderd. Nu één concurrerend bod ontbreekt, terwijl [naam bedrijf 1] daar niet van op de hoogte is, is de kans om een andere partij uit te nodigen die in concurrentie een prijs had vastgesteld ook weggenomen. Door het wegnemen van onzekerheid over de offerte(prijzen) vervingen [Partij 1] en [Partij 2] welbewust de risico’s van onderlinge concurrentie door een feitelijke samenwerking (arrest van 4 juni 2009, T-Mobile, C-8/08, ECLI:EU:C:2009:343, punten 26 en 32).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38d09205812706b1d9eecb8eaf6065b7e912ba038cbae773f8351d2d1de697a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38d09205812706b1d9eecb8eaf6065b7e912ba038cbae773f8351d2d1de697a1, en de alinea staat in dat document op bytes 19872 tot 20884.