Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 juli 2024

Onder 3.5.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 juli 2024

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 juli 2024, ECLI:NL:CBB:2024:439.

De minister ontleent de bevoegdheid om vrijstelling van het bepaalde bij of krachtens de Wet dieren te verlenen niet aan artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren, maar aan artikel 10.1, eerste lid, van deze wet. De in artikel 3 van het Besluit huis- en hobbydierenlijst geregelde vrijstelling van het verbod in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren en de daarvoor geldende toepassingsvoorwaarden, hebben dus een andere wettelijke grondslag dan de in artikel 1 van dat besluit geregelde aanwijzing van diersoorten waarvoor genoemd verbod niet geldt. Deze vrijstelling geldt voor al degenen die behoren tot de in dit artikel in abstracto omschreven groepen houders van dieren en genoemde dieren, die zich houden aan de eveneens in abstracto gestelde, bindende toepassingsvoorwaarden. Het gaat dus om regels met een zelfstandige normstelling, die zich lenen voor herhaalde toepassing. Daarmee is naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter sprake van algemeen verbindende voorschriften.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e7cdabee80d9fff20acc58d5e943a0f424ab27af664701316d89ecf65aadc1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e7cdabee80d9fff20acc58d5e943a0f424ab27af664701316d89ecf65aadc1e, en de alinea staat in dat document op bytes 21434 tot 22451.