Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2025

Onder 10.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2025

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:353.

Het College ziet in de overwegingen van de rechtbank geen reden af te wijken van de onder 10.5 weergegeven uitgangspunten voor boetezaken in het financieel-economisch bestuursrecht. De matiging van een boete wegens overschrijding van de redelijke termijn is een vorm van immateriële schadevergoeding wegens ondervonden spanning en frustratie als gevolg van de lange duur van de procedure. In de wijze waarop de hoogste bestuursrechters die matiging hebben vormgegeven, ligt besloten dat de hoogte van de matiging enigszins meebeweegt met de hoogte van de boete, maar dat meebewegen vindt bij een overschrijding tot één jaar zijn grens in het maximum van € 2.500,-. Bij die overschrijding wordt ervan uitgegaan dat de ondervonden spanning en frustratie afdoende zijn gecompenseerd met dat bedrag. Het College ziet niet in dat dit bij boetezaken in het financieel-economisch bestuursrecht anders zou liggen. Dat het daarbij kan gaan om hoge boetebedragen, is daarvoor op zichzelf onvoldoende reden. Ook in andere boetezaken kan het namelijk gaan om hoge bedragen. Dat in het geval van een hoge boete een matiging met maximaal € 2.500,- in de bewoordingen van de rechtbank “nauwelijks gewicht in de schaal legt”, is niet relevant, omdat de matiging niet verder hoeft te gaan dan de compensatie voor ondervonden spanning en frustratie. Wat betreft de vergelijking die de rechtbank heeft gemaakt met de matiging van boetes op grond van de Mededingingswet (kartelboetes), overweegt het College dat het in die zaken vanwege de grotere complexiteit en bewerkelijkheid ook uitgaat van een langere redelijke termijn dan (doorgaans) in andere zaken, te weten: drie jaar voor een procedure tot aan de uitspraak van de rechtbank en vijf en een half jaar voor een procedure tot aan de uitspraak van het College (zie de uitspraak van het College van 8 april 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM1588). In die zin gaat de gemaakte vergelijking dan ook mank. De maximering van de matiging is in de bedoelde zaken bovendien op veel lagere bedragen vastgesteld (zie 10.5) dan de bedragen die de rechtbank volgens de tabel in de aangevallen uitspraak hanteert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/84df63f216f0cbf65d1619937359b2cb4bc451e30c93575ddde049193345b501. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 84df63f216f0cbf65d1619937359b2cb4bc451e30c93575ddde049193345b501, en de alinea staat in dat document op bytes 43874 tot 46026.