Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 juli 2025
Onder 9.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 juli 2025
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:385.
Tenzij zij hiervoor tegenbewijs leveren, worden ondernemingen die aan de afstemming deelnemen en op de markt actief blijven, vermoed bij de bepaling van hun gedrag op de markt rekening te houden met de uitgewisselde informatie. Dit geldt temeer wanneer de afstemming gedurende een lange periode en met een zekere regelmaat heeft plaatsgevonden. Zie het arrest van het Hof van Justitie van 8 juli 1999, Anic (ECLI:EU:C:1999:356), punt 121. Voor het bestaan van afstemming is vereist dat de ondernemingen op de hoogte waren of noodzakelijkerwijs moesten zijn van de mededingingsbeperkende gedragingen. Het bestaan van een onderlinge afgestemde feitelijke gedraging hoeft niet met rechtstreeks bewijs te worden geleverd, maar moet doorgaans worden afgeleid uit een samenloop van omstandigheden en aanwijzingen die, in hun totaliteit beschouwd, bij gebreke van een andere coherente verklaring, het bewijs kunnen leveren dat de mededingingsregels zijn geschonden. Zie bijvoorbeeld het arrest van het Hof van Justitie van 21 januari 2016, Eturas (ECLI:EU:C:2016:42), punten 34-36.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cedbf2b30d83f2f7d1d3f942668913f6135416a71495c61ec2ac7f2d9c20d334. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cedbf2b30d83f2f7d1d3f942668913f6135416a71495c61ec2ac7f2d9c20d334, en de alinea staat in dat document op bytes 43641 tot 44728.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cedbf2b30d83f2f7d1d3f942668913f6135416a71495c61ec2ac7f2d9c20d334 | shasum -a 256