Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 juli 2025

Onder 39.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 juli 2025

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:385.

43 Zoals het College eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 14 juli 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:184), brengen de diversiteit en het geringe repetitieve karakter van procedures strekkende tot naleving van het kartelverbod mee dat een termijn van vijfeneenhalf jaar vanaf het moment van aanvang van die termijn tot en met de uitspraak in hoger beroep als redelijk moet worden beschouwd. Als binnen deze termijn wordt beslist op het hoger beroep in een kartelzaak zal doorgaans zijn voldaan aan de in artikel 6 van het EVRM neergelegde eis dat uitspraak wordt gedaan binnen een redelijke termijn. In het voorliggende geval bestaat naar het oordeel van het College echter aanleiding uit te gaan van een langere redelijke termijn. Het College heeft daarbij in aanmerking genomen dat er in de procedure bij de ACM twee keer een dataroomprocedure heeft plaatsgevonden die steeds op zichzelf al geruime tijd in beslag namen en naar aanleiding waarvan de fabrikanten telkens de gelegenheid hebben gekregen om nadere argumenten naar voren te brengen. Ook met het maken van afspraken over de wijze waarop de dataroomprocedures werden vormgegeven, ging geruime tijd heen. In de primaire fase beliep de periode tussen het openstellen van de dataroom en het indienen van de nadere argumenten ruim drie maanden, in de bezwaarfase duurde die periode ruim zeven maanden. Tijdens die procedures heeft de ACM de vertrouwelijkheid van een groot aantal aangewezen stukken moeten beoordelen, waarvoor zij ook de ondernemingen waarvan de stukken afkomstig waren, heeft moeten raadplegen. Hierdoor is de omvang en complexiteit van de zaak aanmerkelijk toegenomen. Niet gebleken is dat de ACM de zaken niet met voortvarendheid heeft afgehandeld. De afhandeling van de zaken in beroep en in hoger beroep heeft vervolgens telkens binnen twee jaar plaatsgevonden. Naar het oordeel van het College is de duur van de procedure als geheel, die tot de uitspraak van het College zes jaar en (ruim) drie maanden heeft belopen, binnen een redelijke termijn gebleven. Het College ziet daarom geen aanleiding de boetes te matigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cedbf2b30d83f2f7d1d3f942668913f6135416a71495c61ec2ac7f2d9c20d334. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cedbf2b30d83f2f7d1d3f942668913f6135416a71495c61ec2ac7f2d9c20d334, en de alinea staat in dat document op bytes 104945 tot 107065.