Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 januari 2025

Onder 4.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 januari 2025

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 januari 2025, ECLI:NL:CBB:2025:7.

5 De aan [naam 1] bij besluit van 23 juli 2019 opgelegde (bestuurlijke) boete is aan te merken als een punitieve sanctie. Artikel 47 van het Handvest en artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) brengen mee dat de rechter dient te toetsen of een opgelegde boete in het concrete geval in redelijke verhouding staat tot de ernst en de verwijtbaarheid van de bewezen overtreding. In dit geval gaat het om een boete waarvan de hoogte door de minister, zoals voorgeschreven in artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, gemotiveerd is afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan [naam 1] kan worden verweten, rekening houdend met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. [naam 1] heeft ter zitting gesteld dat hij als gevolg van het boetebesluit in financiële nood zal komen te verkeren maar heeft dat niet onderbouwd. In lijn met eerdere uitspraken (zoals de uitspraak van 11 januari 2016, ECLI:NL:CBB:2016:6 en 2 februari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:40) oordeelt het College dat de opgelegde boete passend en geboden is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0547cb821f413f78256f5232d771be420920e716160e5da2f9387e1c9e754d2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0547cb821f413f78256f5232d771be420920e716160e5da2f9387e1c9e754d2e, en de alinea staat in dat document op bytes 24490 tot 25650.