Citaat | Centrale Raad van Beroep 19 oktober 1995
Alinea 53 Centrale Raad van Beroep 19 oktober 1995
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 19 oktober 1995, ECLI:NL:CRVB:1995:ZF1847.
Eiser heeft dit beroep op verjaring vorm gegeven door het verzoek van gedaagde niet-ontvankelijk te verklaren. Naar 's Raads oordeel is deze afdoening onjuist en was een afwijzing van gedaagdes verzoek op zijn plaats geweest. Niet is in te zien op welke grond eiser een behandeling van gedaagdes verzoek achterwege had mogen laten. Daarbij moet worden bedacht dat het beginsel van de rechtszekerheid, waarvan de hier aan de orde zijnde verjaring een uitvloeisel is, niet meebrengt dat de verschuldigdheid vervalt doch slechts dat voldoening van de schuld niet meer kan worden afgedwongen voorzover de schuld door de rechtsfiguur van de verjaring wordt getroffen. Zo zou, indien eiser geen beroep op verjaring zou hebben gedaan en het door gedaagde gevraagde bedrag na het verstrijken van de verjaringstermijn alsnog zou hebben uitbetaald, dit bedrag niet wegens onverschuldigde betaling kunnen worden teruggevorderd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/458db4d4701237af9b92c67e0e7790af1509ba22b3c0210c31420075d1579693. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 458db4d4701237af9b92c67e0e7790af1509ba22b3c0210c31420075d1579693, en de alinea staat in dat document op bytes 19359 tot 20288.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/458db4d4701237af9b92c67e0e7790af1509ba22b3c0210c31420075d1579693 | shasum -a 256