Citaat | Centrale Raad van Beroep 7 juni 2000
Alinea 25 Centrale Raad van Beroep 7 juni 2000
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 7 juni 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AA7189.
De Raad stelt voorop dat voor de beoordeling of appellant bij de hantering van zijn -in hoger beroep niet bestreden- terugvorderingsbevoegdheid voldoende zorgvuldigheid heeft betracht, hier in het bijzonder in de zin van voldoende voortvarendheid, moet worden gerekend vanaf het tijdstip waarop het vermoeden rees dat mogelijkerwijs ten onrechte uitkering was betaald, in casu dus begin april 1993, zoals ook de rechtbank heeft aangenomen. Dat zodoende op verkapte wijze het -niet beroepen- intrekkingsbesluit aan een zorgvuldigheidstoets wordt onderworpen, zoals appellant heeft betoogd, vermag de Raad niet in te zien. Het moge zo zijn dat het intrekkingsbesluit een noodzakelijke voorwaarde is voor de terugvorderingsbevoegdheid, dit betekent niet dat bij de beoordeling of de behandelingsduur in verband met het terugvorderingsbesluit aan de zorgvuldigheidsnorm beantwoordt slechts de termijn vanaf de datum van het intrekkingsbesluit in ogenschouw mag worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7df4cdb5c525092f52dc9ab481957a5be0263796e239aa9e1c8b1a33ca27010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7df4cdb5c525092f52dc9ab481957a5be0263796e239aa9e1c8b1a33ca27010, en de alinea staat in dat document op bytes 14322 tot 15307.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7df4cdb5c525092f52dc9ab481957a5be0263796e239aa9e1c8b1a33ca27010 | shasum -a 256