Citaat | Centrale Raad van Beroep 7 juni 2000
Alinea 26 Centrale Raad van Beroep 7 juni 2000
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 7 juni 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AA7189.
Voorts is de Raad, met de rechtbank, van oordeel dat appellant door een termijn van ruim drie jaar te laten verlopen alvorens tot afgifte van het terugvorderingsbesluit over te gaan, de grenzen van de hier aan te leggen zorgvuldigheidsmaatstaf heeft overschreden. Een belanghebbende als A heeft er recht op binnen een redelijke termijn zekerheid te verkrijgen omtrent zijn rechtspositie, niet alleen maar zeker ook vanuit het oogpunt van zijn wettelijke bevoegdheid om zich tegen een besluit als het onderhavige in rechte te verweren. Dat A zelf geen actie heeft ondernomen om die zekerheid te verkrijgen, kan in dit geval naar het oordeel van de Raad slechts weinig gewicht in de schaal leggen, aangezien het hier gaat om een belastende beschikking, terzake waarvan het bevoegde orgaan nog geen enkel standpunt had ingenomen; in dit verband wijst de Raad erop dat de hierboven vermelde brief van 31 augustus 1993, waarin de mogelijkheid van terugvordering was vermeld, afkomstig was van de GMD, zijnde een, destijds, adviserende instantie ten behoeve van appellant. De Raad heeft voorts moeten constateren dat van de zijde van appellant terzake van de behandelingsduur geen verklaring is gegeven die aanleiding zou kunnen vormen hem op dat punt geen of minder verwijt te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7df4cdb5c525092f52dc9ab481957a5be0263796e239aa9e1c8b1a33ca27010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7df4cdb5c525092f52dc9ab481957a5be0263796e239aa9e1c8b1a33ca27010, en de alinea staat in dat document op bytes 15315 tot 16606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7df4cdb5c525092f52dc9ab481957a5be0263796e239aa9e1c8b1a33ca27010 | shasum -a 256