Citaat | Centrale Raad van Beroep 7 juni 2000
Alinea 27 Centrale Raad van Beroep 7 juni 2000
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 7 juni 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AA7189.
Het gegeven dat appellant tot het tijdstip waarop het thans bestreden besluit is afgegeven geen standpunt terzake van terugvordering had ingenomen, brengt overigens mee, zoals appellant terecht heeft betoogd, dat het onderhavige bestuurshandelen niet mede kan worden getoetst aan artikel 6 EVRM. Om het tijdsverloop in verband met bestuurshandelen bij de redelijke termijn van geschilbeslechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM te betrekken, dient er sprake te zijn van een geschil, dat wil zeggen dat -tenminste- een standpunt van, in casu, het bestuursorgaan kenbaar is, terzake waarvan mag worden aangenomen, of duidelijk is gemaakt, dat de wederpartij het daarmee niet eens is en zich daartegen in rechte wil verzetten (zie bijvoorbeeld de arresten van het EHRM inzake Schouten en Meldrum vs Nederland, RSV 1995/256, en Vallée vs Frankrijk d.d. 26 april 1994, series A no. 289). Op dat punt treft het hoger beroep doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7df4cdb5c525092f52dc9ab481957a5be0263796e239aa9e1c8b1a33ca27010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7df4cdb5c525092f52dc9ab481957a5be0263796e239aa9e1c8b1a33ca27010, en de alinea staat in dat document op bytes 16644 tot 17600.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7df4cdb5c525092f52dc9ab481957a5be0263796e239aa9e1c8b1a33ca27010 | shasum -a 256