Citaat | Centrale Raad van Beroep 4 oktober 2000
Alinea 32 Centrale Raad van Beroep 4 oktober 2000
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 4 oktober 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AE8316.
Naar aanleiding van het standpunt van appellant dat gedaagde niet zonder toestemming van de rechtbank een nader onderzoek mag instellen indien reeds beroep tegen een besluit bij de rechtbank aanhangig is, overweegt de Raad het volgende. In overeenstemming met zijn terzake gevormde jurisprudentie stelt de Raad voorop dat het in het algemeen uit een oogpunt van behoorlijke procesvoering onwenselijk is dat een bestuursorgaan een belanghebbende nogmaals laat onderzoeken zonder hiervoor toestemming te hebben gevraagd en verkregen van de betreffende rechterlijke instantie. Mede in aanmerking genomen dat appellant in zijn beroepschrift melding heeft gemaakt van nieuwe medische ontwikkelingen die de aanleiding voor gedaagde zijn geweest nieuw medisch onderzoek te entameren, ziet de Raad echter onvoldoende aanleiding enig gevolg te verbinden aan de handelwijze van gedaagde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45ea3adc6b4abb1f439391c0fbf61d78355018f132dddf275c6e222a2d721527. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45ea3adc6b4abb1f439391c0fbf61d78355018f132dddf275c6e222a2d721527, en de alinea staat in dat document op bytes 14735 tot 15625.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45ea3adc6b4abb1f439391c0fbf61d78355018f132dddf275c6e222a2d721527 | shasum -a 256