Citaat | Centrale Raad van Beroep 14 maart 2001
Alinea 20 Centrale Raad van Beroep 14 maart 2001
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 14 maart 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB1700.
In hoger beroep is namens appellant aangevoerd dat het gemaakte onderscheid ten aanzien van de toestemming door de moeder niet te rechtvaardigen is, aangezien G. geen enkel bezwaar had en heeft tegen de erkenning. Naar de mening van appellant leidt het standpunt van gedaagde tot rechtsongelijkheid. Voorts is aangevoerd dat, blijkens het arrest van de Hoge Raad van 10 november 1989 (NJ 1990, 450), in het Nederlandse recht een erkenning door een gehuwde man mogelijk is wanneer aannemelijk is dat tussen de man en de moeder een band bestaat of heeft bestaan die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dfcb6d9956a0b94572959b746ed4038348d12dae6bf8b5afd919092355e5971. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dfcb6d9956a0b94572959b746ed4038348d12dae6bf8b5afd919092355e5971, en de alinea staat in dat document op bytes 7235 tot 7878.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dfcb6d9956a0b94572959b746ed4038348d12dae6bf8b5afd919092355e5971 | shasum -a 256