Citaat | Centrale Raad van Beroep 17 mei 2001

Alinea 29 Centrale Raad van Beroep 17 mei 2001

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 17 mei 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB2013.

5.5. De Raad deelt het standpunt van appellante dat zij moet worden geacht een voldoende actueel en concreet belang te hebben bij een besluit als in casu aan de orde: de toekenning van een BWOO-uitkering aan B. De toekenning van de uitkering aan B. beïnvloedt immers rechtstreeks de financiële positie van appellante. De Raad meent voorts, zoals hiervoor overwogen, dat daarbij niet van belang is of appellante wel of geen voorzieningen heeft getroffen om de kosten waarvoor zij aldus komt te staan te laten vergoeden door anderen (i.c. het Participatiefonds). Anders dan gedaagde acht de Raad niet van doorslaggevende betekenis dat de vermindering van de vergoeding bij afzonderlijk besluit wordt vastgesteld en appellante tegen dat besluit rechtsmiddelen kan aanwenden, aangezien bij de vaststelling van het bedrag van de vermindering een rechtens vaststaand toekenningsbesluit als gegeven geldt en een bedrag ter hoogte van de toegekende uitkering op de vergoeding in mindering wordt gebracht. Appellante kan haar bezwaren tegen de toekenning van uitkering aan B. niet aan de orde stellen bij gelegenheid van het bezwaar tegen het verminderingsbesluit, aangezien daarin niet de rechtmatigheid van het besluit om aan B. uitkering toe te kennen aan de orde is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ed34d06eeaa8a3bc2496eaee1641018bd03e92b9e31d9a8711cdcb26a3df739. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ed34d06eeaa8a3bc2496eaee1641018bd03e92b9e31d9a8711cdcb26a3df739, en de alinea staat in dat document op bytes 13445 tot 14721.