Citaat | Centrale Raad van Beroep 26 juni 2001

Alinea 78 Centrale Raad van Beroep 26 juni 2001

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 26 juni 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB2276.

Thans mede in ogenschouw nemend de feiten en omstandigheden van het onderhavige geding moet de Raad constateren dat de gerechtvaardigdheid van de koppelingswetgeving zoals deze gestalte heeft gekregen in de Abw in ieder geval ten volle opgaat voor gevallen waarin de vreemdeling op of na 1 juli 1998 om toelating verzoekt, maar niet, althans in de visie van de Raad niet in toereikende mate, voor diegenen die onder de tot 1 juli 1998 geldende regeling met toepassing van artikel 12 (oud) van de Abw bijstand is verleend. De Raad meent dat bij de beoordeling of het onderhavige onderscheid gerechtvaardigd is, mede in het licht van de hierboven - kort - geschetste motieven van de wetgever, betekenis toekomt aan de feitelijke en juridische positie waarin de groep die door de regeling wordt getroffen ten tijde van de inwerkingtreding van die regeling verkeert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86ae7eff182323884de8bc85be26570acb201370dc6e6dba3b1c00fe5156aeba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86ae7eff182323884de8bc85be26570acb201370dc6e6dba3b1c00fe5156aeba, en de alinea staat in dat document op bytes 19335 tot 20210.