Citaat | Centrale Raad van Beroep 20 juli 2001

Alinea 23 Centrale Raad van Beroep 20 juli 2001

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 20 juli 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB2860.

De rechtbank heeft zich in de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, op het standpunt gesteld dat gedaagde heeft nagelaten aan te geven welk belang zij heeft bij ongedaanmaking van het besluit van 15 september 1998. Omdat haar niet duidelijk is geworden welk belang van gedaagde met het maken van bezwaar is gediend, is zij van oordeel dat het bezwaar van gedaagde bij het bestreden besluit ten onrechte ontvankelijk is geacht. De rechtbank is derhalve, zo meent de Raad de desbetreffende overwegingen van de rechtbank te moeten verstaan, van oordeel dat appellant weliswaar als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden aangemerkt, maar dat, nu geen processueel belang aannemelijk is gemaakt of geworden, niettemin sprake is van een niet-ontvankelijk bezwaar tegen het besluit van 15 september 1998.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4cb33361bd62fb40416f17a1a0e544c1d673489588115e37f38b6360ba3d36f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4cb33361bd62fb40416f17a1a0e544c1d673489588115e37f38b6360ba3d36f, en de alinea staat in dat document op bytes 8676 tot 9549.