Citaat | Centrale Raad van Beroep 27 juli 2001

Alinea 29 Centrale Raad van Beroep 27 juli 2001

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 27 juli 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AD3849.

De president overweegt hiertoe in het voetspoor van 's Raads uitspraak van 30 juli 1999, onder andere gepubliceerd in RSV 1999/286, dat in artikel 8:31 van de Awb een bevoegdheid van de rechtbank is neergelegd die niet zonder onderzoek naar de relevante feiten en omstandigheden en zonder evenredige belangenafweging kan worden uitgeoefend. Dit betekent dat de rechtbank alvorens gevolgtrekkingen te maken als in dat artikel bedoeld, de desbetreffende partij in de gelegenheid dient te stellen ontbrekende stukken in te zenden, dan wel aan te geven waarom bepaalde stukken niet zijn ingezonden. Aangezien de rechtbank in casu verzoeker niet in de gelegenheid heeft gesteld de nog ontbrekende stukken in te zenden, heeft zij een onjuiste toepassing gegeven aan de haar in artikel 8:31 van de Awb gegeven bevoegdheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8732602d93f5640d4489d5e7a21f39a6e99049e91966b0ad63863082c80e9b5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8732602d93f5640d4489d5e7a21f39a6e99049e91966b0ad63863082c80e9b5a, en de alinea staat in dat document op bytes 10193 tot 11021.