Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 september 2001
Alinea 41 Centrale Raad van Beroep 6 september 2001
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 september 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AD5023.
Appellant kan zich met deze uitspraken niet verenigen en heeft zich in hoger beroep primair op het standpunt gesteld dat de lijfrente-uitkeringen dienen te worden aangemerkt als overeengekomen vaste, naar tijdsruimte en in geld vastgestelde inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking. Subsidiair heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat in ieder geval de lijfrente-uitkeringen die worden betaald uit hoofde van een stamrecht dat op naam van de voormalige werkgever is gevestigd, zijn te beschouwen als inkomsten in de zin van artikel 2, eerste lid, onder a, van het Besluit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83c76f28edaa280b928265b0e1d8a0ca66c301ca20cd7048056eb34f14c55a97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83c76f28edaa280b928265b0e1d8a0ca66c301ca20cd7048056eb34f14c55a97, en de alinea staat in dat document op bytes 11627 tot 12225.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83c76f28edaa280b928265b0e1d8a0ca66c301ca20cd7048056eb34f14c55a97 | shasum -a 256