Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 november 2001

Alinea 21 Centrale Raad van Beroep 1 november 2001

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 november 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AD6321.

4. Genoemd proces-verbaal van 25 juni 1997 biedt ook in de ogen van de Raad voldoende grondslag voor het oordeel dat appellant zich op 6 juni 1997 schuldig heeft gemaakt aan de hem verweten gedraging en dat zijn verweer - kort samengevat: dat hij de voor zijn dochter bestemde panties uit verstrooidheid in zijn binnenzak had gestoken in plaats van deze in zijn winkelwagentje te deponeren - niet als juist kan worden aanvaard. Wat dit laatste betreft, komt uit verklaringen van ooggetuigen naar voren dat appellant de panties op de grond heeft geworpen toen hij, na de kassa te zijn gepasseerd zonder deze te betalen, plotseling winkelpersoneel op zich zag afkomen. Aannemelijk is dat hij zich betrapt wist en zich om die reden van de panties heeft willen ontdoen. Niet geloofwaardig is zijn verklaring dat hij de panties uit gêne op de grond heeft laten vallen toen hij deze na het afrekenen plotseling in zijn binnenzak voelde; in dat geval had veeleer in de rede gelegen dat hij zich onverwijld tot de kassabediende zou hebben gewend teneinde de panties alsnog af te rekenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37946084cf34ee0b4d10d5b05b25fb526466b5a4f8cd3bf8da6fac986de4dd70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37946084cf34ee0b4d10d5b05b25fb526466b5a4f8cd3bf8da6fac986de4dd70, en de alinea staat in dat document op bytes 12763 tot 13856.