Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 november 2001

Alinea 23 Centrale Raad van Beroep 1 november 2001

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 november 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AD6321.

6. Gedaagde heeft van zijn bevoegdheid in die zin gebruik gemaakt, dat hij heeft gekozen voor de zwaarste sanctie. De Raad onderschrijft niet de overweging van de rechtbank die erop neerkomt dat de bestuursrechter de rechtmatigheid van de wijze waarop gedaagde van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt met terughoudendheid dient te beoordelen. Het betreft hier een disciplinaire sanctie, waarvan de bestuursrechter de oplegging vol - en niet terughoudend - op rechtmatigheid toetst. Meer in het bijzonder dient de rechter te beoordelen of het bestuursorgaan bij het bepalen van de sanctie is gebleven binnen de grenzen van het evenredigheidsbeginsel. Met toepassing van deze verbeterde maatstaf komt de Raad evenwel tot geen andere conclusie dan de rechtbank, te weten dat het bestreden besluit de toetsing door de bestuursrechter kan doorstaan. Met gedaagde moet worden geoordeeld dat appellant door zijn handelwijze in zodanige mate inbreuk heeft gemaakt op de integriteit van het korps, alsmede het aanzien van het politie-apparaat en de betrouwbaarheid daarvan in de ogen van het publiek in zodanige mate in gevaar heeft gebracht, dat verwijdering van appellant uit het korps als een niet onevenredige sanctie is te beschouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37946084cf34ee0b4d10d5b05b25fb526466b5a4f8cd3bf8da6fac986de4dd70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37946084cf34ee0b4d10d5b05b25fb526466b5a4f8cd3bf8da6fac986de4dd70, en de alinea staat in dat document op bytes 15253 tot 16499.