Citaat | Centrale Raad van Beroep 28 juni 2001

Alinea 24 Centrale Raad van Beroep 28 juni 2001

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 28 juni 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AF3973.

6.5. De Raad overweegt dat appellant erkend heeft dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben van ook hard drugs. Met de rechtbank en op de gronden die de rechtbank daartoe heeft gebezigd is de Raad verder van oordeel dat gedaagde in navolging van de COOM op grond van artikel 8 van de MAW als vaststaande mocht aannemen dat appellant in de periode van januari 1995 tot november 1996 soft en hard drugs aanwezig heeft gehad zoals in het, in kracht van gewijsde gegane, strafvonnis d.d. 10 oktober 1997 van de rechtbank te Arnhem bewezen is verklaard. Appellants stelling dat artikel 8 van de MAW er geenszins toe noopt in zijn geval als vaststaande aan te nemen dat hij in de genoemde periode - en dus ook na de brief van 20 augustus 1996 - daadwerkelijk soft en hard drugs in zijn bezit heeft gehad passeert de Raad, reeds omdat appellant tegenover de in dat strafvonnis vastgestelde en bewezen geachte strafbare feiten op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat gedaagdes standpunt dat appellant ook na 20 augustus 1997 soft en hard drugs voorhanden heeft gehad feitelijk onjuist is. Het moet er derhalve voor worden gehouden dat appellant ook in de periode liggend tussen 20 augustus 1996 en november 1996 soft en hard drugs in bezit heeft gehad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e840b440a4f8bda3fd692c4fdc6ee22e15d404125a121bd20daa01f2fe8b652. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e840b440a4f8bda3fd692c4fdc6ee22e15d404125a121bd20daa01f2fe8b652, en de alinea staat in dat document op bytes 10422 tot 11709.