Citaat | Centrale Raad van Beroep 16 januari 2001

Alinea 33 Centrale Raad van Beroep 16 januari 2001

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 16 januari 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AJ9739.

In het voetspoor van zijn uitspraak van 30 juli 1999, onder andere gepubliceerd in RSV 1999/286, overweegt de Raad voorts dat in artikel 8:31 van de Awb een bevoegdheid van de rechtbank is neergelegd die niet zonder onderzoek naar de relevante feiten en omstandigheden en zonder evenredige belangenafweging kan worden uitgeoefend. Dit betekent dat de rechtbank alvorens gevolgtrekkingen te maken als in dat artikel bedoeld, de desbetreffende partij in de gelegenheid dient te stellen ontbrekende stukken in te zenden, dan wel aan te geven waarom bepaalde stukken niet zijn ingezonden. Aangezien de rechtbank in casu appellant niet de gelegenheid heeft geboden de ontbrekende stukken in te zenden, heeft zij een onjuiste toepassing gegeven aan de haar in artikel 8:31 van de Awb gegeven bevoegdheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22bda23792035c3af81565868c3cd42e531df8712f524a8a5a20a12c1533df5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22bda23792035c3af81565868c3cd42e531df8712f524a8a5a20a12c1533df5c, en de alinea staat in dat document op bytes 12401 tot 13212.