Citaat | Centrale Raad van Beroep 29 januari 2002

Alinea 18 Centrale Raad van Beroep 29 januari 2002

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 29 januari 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE0165.

"De Raad van State heeft erop gewezen dat bekeken moet worden hoe een en ander in de praktijk gaat werken, waarbij het de vraag is of er wel voldoende gelegenheid is voor degene die zich in zijn recht aangetast voelt om over een laatste rechtsmiddel te beschikken en dat via de rechterlijke weg tot uitdrukking te brengen. Daar heeft de heer Van de Zandhulp een vraag over gesteld. Hij zei dat hetgeen geregeld wordt via het individualiseringsbeginsel in artikel 13, vierde lid, uitsluitend betrekking heeft op een bevoegdheid van B en W en dat het geen rechtmiddel is. Ik wijs hem erop dat, als B en W eenmaal tot een afwijzende beschikking zouden komen, het vervolgens aan betrokkenen vrij staat bij de rechter bezwaar aan te tekenen tegen de afwijzende beschikking. Dat is, het zij toegegeven, een wat gecompliceerde weg, maar het is niet uitgesloten dat alsnog via de rechter de redelijkheid kan worden getoetst van de toepassing van het onweerlegbaar rechtsvermoeden, zoals in de wet opgenomen".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5b7258c6d1bfb1f302205507b80b995873ba2c1b36fd8a883b5b37c98cfac67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5b7258c6d1bfb1f302205507b80b995873ba2c1b36fd8a883b5b37c98cfac67, en de alinea staat in dat document op bytes 8500 tot 9513.